Veel getoeter, weinig nuance

De toetertest ligt onder vuur. De test wordt beschreven als een “nutteloze” proef, die te “prestatiegericht” en stresserend zou zijn.

De Toeters (“Toetsboekje voor Taal- en Rekenvoorwaarden en Schrijfmotoriek”) is een screeningsinstrument dat peilt naar deelvaardigheden die een rol spelen in het aanvankelijk rekenen, lezen en schrijven. Bijvoorbeeld zijn er subtests voor visuele discriminatie (wat een rol speelt in het onderscheiden van letters in een woord), voor auditieve analyse en synthese (wat een rol speelt in het onderscheiden en samenbrengen van verschillende klanken) , voor rekentaal (begrippen als voor, eerste, laatste, …), en voor schrijfmotoriek.

Deze vaardigheden blijken duidelijk voorspellend voor het presteren van kinderen voor taal en rekenen in het eerste leerjaar. Het in kaart brengen van deze vaardigheden heeft dus wel degelijk zijn waarde. Niet alleen met het oog op het beslissingen i.v.m. de overgang naar het eerste leerjaar, maar vooral om gericht ondersteuning en training te kunnen bieden. Aan de hand van gestandaardiseerde tests krijgt de leerkracht een duidelijk zicht op waar het kind zich situeert op deze verschillende deelvaardigheden; wat zijn of haar sterktes zijn en zwaktes in vergelijking met een representatieve groep van kinderen uit de derde kleuterklas in het Vlaamse onderwijs. Op die manier kan er tijdig en preventief worden opgetreden en hoeft men niet te wachten tot het leerproces al volledig vastgelopen is. Uiteraard biedt elke test een momentopname en moeten de resultaten samen met de algemene observaties van de leerkracht en met andere informatie over het kind en zijn of haar omgeving bekeken worden. Eventueel kunnen ook bijkomende psychologische testen (bv. intelligentie, aandacht) of observaties nodig zijn om zicht te krijgen op de aard van het probleem en de meest gepaste ondersteuning.

Dit is geen pleidooi voor het gebruik van de Toeters op zich. Het in kaart brengen van die vaardigheden hoeft niet noodzakelijk met de Toeters te gebeuren. Er zijn ook andere kwaliteitsvolle tests op de markt die gelijkaardige vaardigheden meten. Zelfs tests die deze nog uitgebreider in kaart brengen, bv. voor taal en rekenen apart.

Het is wél een pleidooi om ook in het kleuteronderwijs de leervaardigheden op te volgen, en wel doorheen de hele kleuterperiode en niet pas vanaf het midden van de derde kleuterklas. Tests hebben, naast observaties en ervaringen van leerkrachten, hierin absoluut een meerwaarde. Ze helpen de leerkracht om indrukken en ervaringen te onderbouwen en verbreden de vergelijkingsbasis. Ook en misschien zéker voor kinderen uit kansengroepen hebben zij een meerwaarde. Dagdagelijkse oordelen zijn immers mogelijk onderhevig aan vertekening en stereotypering; aanvulling met objectieve testresultaten kan ons hiervoor behoeden en kan de sterktes van een kind soms zelfs beter tot hun recht laten komen.

Gooi a.u.b. het kind niet weg met het badwater, maar zet tests op een deskundige wijze in opdat alle kinderen zoveel mogelijk kunnen profiteren van het onderwijs.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s