Ik ben enkel de moeite waard als ik goede punten haal…

In onderzoek is er recent niet alleen aandacht voor het niveau van iemands zelfwaardering (of je positief of negatief denkt over jezelf), maar ook voor andere aspecten van het zelfwaardegevoel. Om gedrag en welzijn te voorspellen gaan onderzoekers bijvoorbeeld ook kijken naar de fragiliteit van iemands zelfwaarde. Een belangrijke vorm van fragiele zelfwaardering is contingente zelfwaardering. Wie hoog scoort op contingente zelfwaardering zal zijn/haar zelfwaarde sterker laten afhangen van bepaalde factoren zoals uiterlijk, prestaties, of goedkeuring van anderen (Crocker & Wolfe, 2001; Jansen & Vonk, 2005). Je voelt je met andere woorden pas een goede persoon die de moeite waard is als je er goed uitziet, als je het goed doet op school of op het werk, als anderen je leuk vinden of aanvaarden, enz.

Uit internationaal onderzoek blijkt dat een sterke mate van contingente zelfwaardering belangrijke negatieve gevolgen heeft voor sociale relaties en welzijn in het algemeen. Zo zou een sterke contingente zelfwaardering onder andere gerelateerd zijn aan depressieve symptomen, vijandigheid, verhoogd alcoholgebruik, cardiovasculaire problemen en agressie (Johnson, 2011; Kernis, 2003).

In eigen onderzoek met Vlaamse eerstejaars psychologiestudenten hebben we kunnen aantonen dat, in overeenkomst met voorgaand onderzoek, beide aspecten van zelfwaardering negatief gerelateerd waren aan elkaar: Studenten die hun waardering van zichzelf als persoon sterk lieten afhangen van het bereiken van bepaalde externe of interne standaarden, hadden in het algemeen ook een negatiever beeld van zichzelf als persoon. Bovendien konden we zien dat de globale zelfwaardering van vrouwelijke studenten meer contingent was dan deze van hun mannelijke collega’s.

De belangrijkste bevinding was echter dat zowel een positievere kijk op jezelf in het algemeen als een zwakkere contingente zelfwaardering voorspellend waren voor minder depressieve symptomen –vergeleken met een negatievere kijk op jezelf en een sterkere contingente zelfwaardering (dit gedurende twee opeenvolgende intervallen van drie maanden). Wanneer we keken naar de gezamenlijke effecten, was het niveau van zelfwaardering echter wel belangrijker dan de mate van contingentie. Mogelijk is de mate van contingente zelfwaardering dus niet altijd belangrijker dan het niveau van zelfwaardering, maar enkel voor bepaalde uitkomsten en in bepaalde omstandigheden. We hopen dit nog verder te onderzoeken in de toekomst!

mhAT0PY

Crocker, J., & Wolfe, C. T. (2001). Contingencies of self-worth. Psychological Review, 108, 593-623.
Jansen, D. L., & Vonk, R. (2005). Contingente zelfwaardering: Betrouwbaarheid en validiteit van de Nederlandse globale en domeinspecifieke contingentieschaal. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie, 60, 1-14.
Johnson, M. (2011). Active and passive maladaptive behaviour patterns mediate the relationship between contingent self-esteem and health. Personality and Individual Differences, 51, 178-182.
Kernis, M. H. (2003). Toward a conceptualization of optimal self-esteem. Psychological Inquiry, 14, 1-26.
Wouters, S., Duriez, B., Klimstra, T., Luyckx, K., Colpin, H., Soenens, B., & Verschueren, K. (2013). Depressive symptoms in university freshmen: Longitudinal relations with contingent self-esteem and level of self-esteem. Journal of Research in Personality, 47, 356-363.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s