Leraren ondersteunen om goed te presteren

“Eén op acht leerkrachten presteert ondermaats”, titelde De Standaard afgelopen vrijdag 12/9/2014. Een onderzoek van de Universiteit Antwerpen bij 325 schooldirecteurs toonde dat 11,9 % van de leraren als onderpresteerder bestempeld kan worden. Hoewel de prestaties van 88,1% van de leraren dus wel als voldoende worden beschouwd, is het aantal onderpresteerders hoog in vergelijking met de omringende landen. De socialistische vakbond toont zich verbaasd en noemt de cijfers “sterk overdreven” (DS, 12/9/2014).
De verwachtingen die de samenleving aan leerkrachten stelt zijn (terecht) heel hoog. Kinderen en jongeren brengen immers gedurende een jaar (of langer) een groot deel van hun tijd bij hun leerkracht(en) door. Leerkrachten kunnen voor leerlingen een verschil maken, in positieve of negatieve zin, zowel op vlak van schools presteren als van gedrag en welbevinden. Dat toonde onderzoek, onder meer van Karine Verschueren, Jantine Spilt en mezelf, uitgebreid aan en laat zich ook elke dag in scholen voelen. Elke leerkracht die ondermaats presteert, is er dus één teveel, en in die zin brengt de discussie over hoeveel leerkrachten nu precies onderpresteren ons niet verder. Beter is het om na te denken over de oorzaken van onderpresteren en naar manieren om het te voorkomen of te remediëren. In de pers worden onder meer vragen gesteld bij de vaste benoeming; die maakt het moeilijk om zelfs manifeste onderpresteerders te ontslaan. Ook wordt gepleit voor een meer systematische evaluatie van leraren (DS, 12/9/2014). Ik wil het thema eens van een ander perspectief bekijken en enkele overwegingen delen die verband houden met de opleiding en ondersteuning van leraren en, jawel, ook leerlingenbegeleiding.
Terwijl de samenleving complexer is geworden (groeiende ongelijkheid, groeiende mobiliteit en multiculturaliteit), ouders gemiddeld hoger opgeleid, mondiger en vaak onder druk, de kennis over effectieve methoden van onderwijs en leerlingenbegeleiding en over specifieke onderwijsbehoeften bij leerlingen is toegenomen, zijn de opleiding, nascholing en ondersteuning van leerkrachten niet aan hetzelfde tempo mee geëvolueerd.
Kijken we eerst naar de lerarenopleidingen. Waar de professionele opleidingen voorheen vooral studenten met een ASO-diploma aantrokken, zien we de laatste jaren een toenemende instroom uit het TSO en BSO. Door het watervalsysteem is dat een evolutie die tot bezorgdheid leidt. Een oriënterings- of toelatingsproef kan een instrument zijn om studenten te behoeden voor een ondoordachte keuze en de kwaliteit van de instroom bevorderen. Als deze proef er komt, zal in elk geval nagegaan moeten worden of dit effect ook daadwerkelijk wordt bereikt. Maar zelfs als de instroom versterkt wordt, kan een beroepsgerichte opleiding van drie jaren, met een beperkt aantal korte stages, ook maar een basis bieden. Zal de gemiddelde 21-jarige leerkracht, zelfs als de driejarige studietijd optimaal wordt benut, klaar zijn om alle uitdagingen van het lerarenberoep anno 2014 aan te kunnen? Het antwoord mag u zelf bedenken. We zien nochtans dat jonge leerkrachten vaak opeenvolgende interims moeten doen, waarin ze zich op korte tijd vertrouwd moeten maken met verschillende schoolorganisaties en –culturen, met verschillende collega’s, onderwijsmethoden, leerlingen en ouders. Ik ken ook enkele voorbeelden waarbij jonge leerkrachten ingezet werden in (moeilijke) klassen die de oudere, vastbenoemde leraren liever niet meer onder hun hoede kregen. Gelukkig zijn er ook veel scholen waarin de starters op dit punt ontzien worden en door oudere collega’s ondersteund worden in hun groeiproces. Tot voor enkele jaren kregen scholen middelen van de overheid voor een dergelijke ondersteuning van jonge leraren. Door de vorige onderwijsminister werden deze afgeschaft. Ik doe hierbij een warme oproep aan de nieuwe minister van onderwijs om de mentorenwerking voor beginnende leraren nieuw leven in te blazen en aan de onderwijskoepels en scholen om de ondersteuning van jonge leraren verder uit te bouwen en permanent te evalueren.
Tot nu toe focusten we op de situatie van beginnende leraren. Maar ook leraren met meer ervaring kunnen, om diverse redenen, soms met de handen in het haar zitten of, erger, gaan onderpresteren. Ook deze leraren moeten kunnen rekenen op ondersteuning, net als leraren die goed functioneren. Alle leraren hebben immers wel eens vragen waarop ze het antwoord niet meteen kennen. Alle leraren worden wel eens geconfronteerd met moeilijke klassen en leerlingen die (grote) zorgen baren. In een opiniestuk vragen twee schooldirecteurs aandacht voor de vele extra taken die leerkrachten dagelijks opnemen en die de opdrachten in hun functiebeschrijving ver te boven gaan: “Sociale assistentie, juridisch advies, relatietherapie, morele consultatie, huiswerkbegeleiding, het komt er allemaal boven op.” En: “Je zou eens moeten weten hoeveel verdriet, armoe, miserie, vertwijfeling en hopeloosheid scholen in alle stilte opvangen en kanaliseren.” (DS, 15/9/2014, p.40) Ook uit de CLB-sector bereiken ons alarmerende berichten over het aantal en de ernst van psychosociale problematieken die zich op scholen manifesteren en het onvermogen om met de beperkte mankracht al die leerlingen en hun omgeving de begeleiding te geven die ze nodig hebben. Pasklare antwoorden zijn er niet en deze problemen overstijgen het domein onderwijs. Maar er zijn wel een aantal kanalen om leraren bij hun belangrijke taak te ondersteunen.
Ten eerste is er het kanaal van professionalisering. Een onderzoek van Katrijn Ballet en collega’s toonde dat Vlaamse schoolteams veel belang hechten aan professionalisering, maar vooral een beroep doen kortdurende vormingen door externen (bv. tijdens de pedagogische studiedagen). De effectiviteit van dit soort vormingen is niet aangetoond. Andere, wel effectief gebleken vormen van leren, zoals observatie van collega-leraren, zouden meer benut kunnen worden. Een ander voorbeeld: heel wat preventieve programma’s waarin leerkrachten een centrale rol spelen, hebben positieve effecten laten zien op de onderwijskwaliteit van de leraar en de ontwikkeling van leerlingen. Dergelijke programma’s worden in Vlaanderen nog niet veel gebruikt, al zien we de laatste jaren wel een positieve evolutie. Zo starten in 2014-2015 een aantal lagere scholen met de invoering van Topspel, dat de vaardigheden van leerkrachten in gedragsmanagement versterkt om probleemgedrag bij leerlingen te verminderen en een positief klasklimaat te bevorderen. Daarnaast wordt een aanvang genomen met het KiVa-antipestprogramma, waarin schoolteams getraind worden om pesten effectief aan te pakken en te voorkomen. Van beide programma’s zijn positieve effecten aangetoond in buitenlands onderzoek en de invoering in Vlaanderen gaat ook gepaard met (effect)onderzoek. Het uiteindelijke doel van dit soort programma’s is vaak om positieve uitkomsten bij leerlingen te bevorderen, maar dit gebeurt door een versterking van de vaardigheden van de leerkracht. Pedagogische begeleidingsdiensten kunnen een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van dergelijke pedagogisch-didactische innovaties en in het uitbouwen van een goede basiszorg. Dit laatste raakt ook aan het domein van leerlingenbegeleiding.
Ook diverse kanalen van leerlingenbegeleiding bieden leraren kansen om bij te leren en hun onderwijspraktijk te verbeteren. Zo behoort het coachen van leraren tot de opdracht van de zorgcoördinator in het basisonderwijs. Ook CLB-medewerkers kunnen leraren begeleiden bij het zoeken naar de best mogelijke aanpak voor een bepaalde leerling of groep leerlingen. Van sommige methodieken, waarin een leerlingenbegeleider met een leerkracht een aantal stappen doorloopt om een vraag naar de aanpak in de klas te beantwoorden, zijn positieve effecten aangetoond op de kwaliteit van het lesgeven, op de tevredenheid van de leerkracht en op het leren, gedrag en welbevinden van de leerlingen (zie o.m. Susan Sheridan). Om de investering in leerlingenbegeleiding optimaal te benutten, is het belangrijk dat leerlingenbegeleiders, naast een grondige kennis van en vertrouwdheid met de schoolcontext, beschikken over een wetenschappelijke achtergrond op het gebied van de pedagogiek en psychologie, en in het bijzonder van effectieve methoden om het leren en psychosociaal functioneren van leerlingen te bevorderen. Door die achtergrond is hun expertise complementair aan die van leraren en kunnen zij leraren begeleiden bij het aanpakken van problemen die hun competenties overstijgen, en/of problemen uit handen nemen. De bestaande schoolpsychologische en pedagogische expertise, in andere sectoren (zoals de gezondheidszorg) wel erkend, zou in het onderwijs nog meer benut kunnen worden. Het schoolnabij en laagdrempelig (in scholen, CLB’s) inzetten heeft het voordeel dat leraren maximaal van deze expertise kunnen leren. Het kan daarnaast voorkomen dat leerlingen voor het vervullen van hun onderwijsbehoeften afhankelijk worden van de (sterk groeiende) betalende buitenschoolse hulpverlening en dat leerlingen uit kansarme groepen nog meer uit de boot vallen. Een sterker inzetten van psychologische en pedagogische expertise in schoolnabije zorg hoeft de samenleving ook niet meer te kosten, integendeel: nalaten om de onmiddellijke omgeving van leerlingen handvatten te geven in het vroegtijdig opsporen en aanpakken van problemen, kan tot een veel hogere kost leiden, bijvoorbeeld wanneer via de ziekteverzekering tussengekomen moet worden in dure behandelingen bij specialisten of … wanneer leerkrachten gaan disfunctioneren ten gevolge van een te hoge belasting.
De kritische lezer zal in de laatste paragraaf een verandering van focus opmerken. Het ging toch om de ondersteuning van leerkrachten en niet om leerlingenbegeleiding? Ik hoop dat de laatste zin duidelijk maakt dat beide niet los staan van elkaar. De ondersteuning van leraren zou versterkt kunnen worden door meer beroep te doen op bewezen effectieve vormen van professionalisering én van leerlingenbegeleiding, die schoolnabij en laagdrempelig zijn, en die de bestaande psychologische en pedagogische wetenschappelijke expertise ten volle benutten. Daarnaast is, naast een gedegen basisopleiding, een aanvangsbegeleiding van beginnende leraren essentieel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s