Wetenschappelijk onderzoek naar opvoeding: ook maatschappelijk relevant?

Opvoeding. Er is de laatste jaren heel wat rond te doen. Van een wildgroei aan boeken boordevol opvoedingstips…

opvoedingsboeken

…tot heuse televisieprogramma’s die ouders weer op weg helpen.

Supernanny2

Ook in het nieuws duikt het thema opvoeding geregeld op. Denk maar aan recente nieuwsberichten zoals “Paus is voorstander van corrigerende tik aan kinderen” (Website Het Laatste Nieuws, 6/02/2015) of de recente moordzaak waarin Tijl Teckmans werd veroordeeld tot 30 jaar cel voor de moord op Britta Cloetens, waarin “een slechte opvoeding” of “moeilijke jeugd” als verzachtende omstandigheid werd aangehaald: “Hij kreeg thuis geen normen of waarden mee en net dat is heel belangrijk om op terug te vallen als je in een crisissituatie terecht komt” (Website VTM nieuws, 13/02/2015).

Opvoeding, een thema waarover iedereen kan meepraten, maar laat ons nu eens kijken naar de terminologie die in wetenschappelijk onderzoek doorgaans wordt gebruikt.

Vier opvoedingsstijlen

In de klassieke opvoedingsliteratuur worden doorgaans twee opvoedingsdimensies naar voren geschoven: responsiviteit en gedragsmatige controle. Responsieve ouders zijn betrokken en geïnteresseerde ouders die  regelmatig hun genegenheid en affectie voor hun kind tonen en hun kind kunnen troosten bij het ervaren van spanningen en negatieve gevoelens. Gedragsmatige controle verwijst naar de mate waarin ouders proberen om het gedrag van hun kind te reguleren en te structureren, door bijvoorbeeld duidelijke regels te communiceren over wat mag en wat niet mag, door toezicht te houden op het gedrag van het kind, en door een gepast gevolg te geven wanneer het gedrag van het kind niet beantwoordt aan de afspraken en verwachtingen. Door een combinatie van responsiviteit en controle wordt een vierveldenschema bekomen, zoals weergegeven in onderstaande figuur. Elk van deze vier velden weerspiegelt een bepaalde opvoedingsstijl.

opvoedingsstijlenDemocratisch opvoedende ouders benadrukken de positieve kwaliteiten van hun kind, zijn gevoelig voor zijn/haar behoeftes en proberen een warme en betrokken relatie met hun kind op te bouwen. Tegelijk voeren deze ouders op een duidelijke manier regels en verwachtingen in en verantwoorden ze aan hun kind waarom deze belangrijk zijn. Ze proberen hen hierbij zoveel mogelijk inspraak te bieden en worden daarom als democratisch getypeerd.

democratic parenting

Naast de democratische opvoedingsstijl is er de autoritaire opvoedingsstijl, waarin ouders een hoge mate van controle, regels, discipline en toezicht combineren met eerder lage niveaus van warmte en responsiviteit. Autoritaire ouders roepen en bevelen en beroepen zich vooral op hun gezagspositie als ouder om een bepaalde verwachting te rechtvaardigen of zelfs door te drukken. Als kinderen niet gehoorzamen, durven autoritaire ouders op kordate wijze te straffen en hard op te treden.

authoritarian parenting

Terwijl autoritaire ouders nog enigszins bekommerd zijn om hun kinderen en zich – zij het dan op een controlerende en kritische wijze – met hen inlaten, ontbreekt een dergelijke controle bij verwaarlozende of niet-betrokken ouders. Zulke ouders zijn ongeïnteresseerd in hun kinderen. Vaak kampen ze zelf met problemen (bv. depressie of verslaving), wat hen verhindert om de nodige energie te investeren in hun eigen gezin. In extreme vorm kan onverschilligheid uitgroeien tot verwaarlozing.

uninvolved parenting

De vierde opvoedingsstijl wordt beschreven met het label toegeeflijk of permissief opvoeden. Deze ouders scoren bovengemiddeld op warmte en ondersteuning, maar scoren laag op structuur, discipline, en supervisie. Vaak ontbreken permissieve ouders het nodige zelfvertrouwen en de nodige capaciteiten om grenzen te stellen aan het gedrag van hun kind. Ze houden zich niet consequent aan hun eigen regels omdat ze bijvoorbeeld bang zijn om als ‘slechte’ ouder te worden aanzien, of omdat het gemakkelijker is om toe te geven dan het been stijf te houden.

Naughty Dad

Link men de ontwikkeling van kinderen

Over het algemeen wordt in wetenschappelijk onderzoek gevonden dat kinderen uit democratisch opvoedende gezinnen de meest optimale en kinderen uit verwaarlozende gezinnen de minst optimale ontwikkeling vertonen. Kinderen uit autoritaire en permissieve gezinnen kunnen tussen deze beide extremen gesitueerd worden. Autoritair opgevoede kinderen vertonen gemiddeld minder norm-overtredend gedrag (bijv. agressie) dan permissief en verwaarlozend opgevoede kinderen, maar voelen zich relatief weinig competent op school en in relaties met anderen.  Omgekeerd blijken permissieve ouders door hun warmte en ondersteuning het persoonlijke en sociale welbevinden van hun kinderen wel te bevorderen, maar door het ontbreken van structuur en controle creëren ze een kwetsbaarheid voor norm-overtredend gedrag.

Recent is men echter meer en meer gaan beseffen dat ouders niet alleen hun kinderen beïnvloeden, maar dat het temperament en gedrag van kinderen ook mee de houding van hun ouders bepaalt. Als er bijvoorbeeld wordt gevonden dat kinderen uit democratisch opvoedende gezinnen gemiddeld beter functioneren op psychologisch, sociaal, en schools vlak, kan dit immers twee dingen betekenen: (1) democratisch opvoeden heeft een positieve impact op het functioneren van kinderen; of (2) goed functionerende kinderen zijn ‘eenvoudiger’ op te voeden en laten ouders toe zich meer democratisch op te stellen. Recent wetenschappelijk onderzoek gaat ervan uit dat beide waar zijn en dat ouders en kinderen elkaars gedrag beïnvloeden, wat aansluit bij een meer transactioneel perspectief.  Dit is een belangrijk inzicht dat heel wat verheldering kan bieden in moeilijke kwesties zoals deze van Tijl Teckmans (hierboven beschreven). Is het de fout van zijn ouders dat hij deze moord heeft gepleegd? Uiteraard niet; het is – zoals zoveel dingen in dit leven – veel complexer dan dat. Dat deze man gevormd is door ervaringen vroeg in zijn leven, staat buiten kijf. Maar uiteraard pleegt niet iedereen die zulke dingen heeft meegemaakt een moord. Mensen worden ook geboren met een bepaald temperament dat hun gedrag mee gaat vorm geven doorheen het leven. Vaak is het gedrag dat mensen stellen dan ook het resultaat van bepaalde omgevingsinvloeden én temperamentskenmerken. Geen of/of verhaal dus. Aldus is het erg belangrijk om, in wetenschappelijk onderzoek maar ook in maatschappelijke kwesties, steeds oog te hebben voor de persoon en zijn/haar omgeving.

Hoe nu verder gaan?

In mijn eigen doctoraatsonderzoek ga ik vooral kijken naar opvoeding en gezinsklimaat bij jongeren met een chronische ziekte (zoals type 1 diabetes of een aangeboren hartaandoening): pakken deze ouders het anders aan dan ouders van gezonde kinderen (zijn ze bijvoorbeeld meer overbeschermend)? Is er meer conflict in zulke gezinnen en hoe hangt conflict samen met de fysieke en psychologische gezondheid van deze jongeren? Is er een verschillende rol weggelegd voor vaders en moeders? Daarnaast gaan we ook kijken naar het samenspel tussen het temperament/de persoonlijkheid van deze jongeren en de opvoeding die zij hebben genoten: is een minder goede opvoeding bijvoorbeeld vooral nadelig voor jongeren met bepaalde persoonlijkheidstrekken?

Hierover meer in een volgend blogbericht!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s