“Drie procent chronisch eenzaam”: Wat betekent dit nu?

De laatste weken berichtten verschillende krantenkoppen dat drie procent van de jongeren chronisch eenzaam zou zijn (http://www.weekvanverbondenheid.be/nl/pers). Deze berichten zijn er verschenen naar aanleiding van de Week van Verbondenheid op basis van een onderzoek dat ik tijdens mijn doctoraat uitgevoerd heb. Deze berichten roepen toch wat vragen op waar ik graag even stil bij sta.

Klopt dat wel, die drie procent?

“Drie procent van de jongeren tussen 14 en 18 is chronisch eenzaam”, schreven de kranten. Het cijfer klopt, maar mag wel wat genuanceerd en gekaderd worden. Het leeftijdsbereik klopt niet helemaal, en vraagt ook wel wat nuance.

Voor een onderzoek dat ik tijdens mijn doctoraat heb uitgevoerd, hebben we een groep van 389 Nederlandse jongeren jaarlijks een eenzaamheidsvragenlijst laten invullen vanaf hun 15de tot hun 20ste. Uit onze studie bleek dat eenzaamheid gemiddeld genomen wat afneemt tijdens die periode, maar dat dat niet voor elke jongere zo was. De grote meerderheid van de jongeren in die studie gaf elk jaar aan eigenlijk nooit of heel zelden eenzaam te zijn. Iets minder dan één vijfde van de jongeren daalde heel sterk in eenzaamheid (de één al meer dan de ander), een andere vijfde werd eenzamer doorheen de tijd. Eén groep, drie procent van onze steekproef, voelde zich beduidend meer eenzaam dan alle andere groepen tijdens elk meetmoment. Omdat deze groep zich jaar na jaar heel erg eenzaam voelde, noemden we die groep chronisch eenzaam.

Op deze studie zijn de cijfers in de kranten gebaseerd, maar in wetenschappelijk onderzoek is het natuurlijk zo dat we voorzichtig moeten zijn voordat we verkondigen dat “3% van dé jongeren chronisch eenzaam is”. Eén heel belangrijk criterium is te gaan kijken of dezelfde cijfers gevonden worden als een gelijkaardig onderzoek gedaan wordt in een andere school, een andere regio, een ander land, of een ander continent. Gelijktijdig met onze studie zijn er een aantal andere gelijkaardige studies gepubliceerd. De studies hadden allemaal een verschillend leeftijdsbereik (kinderen van 7 jaar tot jongeren van 20 jaar), gebruikten verschillende eenzaamheidsinstrumenten, en gebeurden in verschillende landen (o.a. Groot-Brittannië en de VS). In de meeste studies kwam inderdaad naar voor dat de meerderheid van de jongeren zich zelden tot nooit eenzaam voelde en dat een kleine groep (tussen 3% en 22 %) zich jaar na jaar heel erg eenzaam voelde.

Dus, dankzij deze replicaties kunnen we met iets meer zekerheid zeggen dat een kleine minderheid van de kinderen en jongeren in Westerse culturen zich jaar na jaar heel erg eenzaam voelt, terwijl de grote meerderheid eigenlijk zelden tot nooit eenzaamheid ervaart.

Is dat dan zo erg, chronisch eenzaam zijn?

Een andere terechte bedenking de vraag of het nu echt zo erg is om je eenzaam te voelen. Voelt niet iedereen zich af en toe eenzaam? En moeten we dat dan meteen problematiseren? Tijdelijke eenzaamheid, bijvoorbeeld na een verandering van school of na een afgebroken vriendschap of relatie, zorgt bij veel kinderen en jongeren voor eenzaamheid. Dat hoeft ook helemaal niet zo erg te zijn, het is een normale reactie op zo’n gebeurtenis, en het kan iemand zelfs helpen. Als je je bijvoorbeeld eenzaam voelt de eerste dag op kamp of de eerste week na de overgang van de middelbare school, zal dat ervoor zorgen dat je net extra je best doet om vrienden te maken.

Maar als je je dag na dag en zelfs jaar na jaar heel erg eenzaam voelt, en als dit niet langer gekoppeld is aan een bepaalde gebeurtenis zoals een schoolovergang of het afbreken van een vriendschap, dan spreken we over chronische eenzaamheid. En dit is wel problematisch. De onderzoeken die ik hierboven beschreef, toonden bijvoorbeeld aan dat chronisch eenzame kinderen en jongeren – in vergelijking met hun leeftijdsgenootjes die niet of tijdelijk eenzaam waren – een grotere kans hadden op depressies, allerhande schoolse problemen, alcoholgebruik en –misbruik, en suïcidegedachten. Deze kinderen en jongeren komen vaak in een vicieuze cirkel terecht, waar ze moeilijk zonder hulp uit kunnen.

Het onderscheid tussen tijdelijke en chronische eenzaamheid is dus een belangrijk onderscheid, en vooral bij chronische eenzaamheid moeten we aan de alarmbel trekken. Chronisch eenzame kinderen en jongeren hebben hulp nodig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s