Hoogsensitiviteit: Een beloftevol nieuw concept of oude wijn in nieuwe zakken?

Hoogsensitiviteit, een begrip dat u de laatste jaren wellicht al hebt zien opduiken in de sociale media, in tv-programma’s of in de hulpverlening. Maar wat is het nu? Is het gewoon een nieuw etiket of spreken we echt van een beloftevol nieuw construct? Je hoort vaak verdeelde meningen: sommigen zijn er helemaal vol van en herkennen zichzelf, hun kind of een goede vriend er meteen in, terwijl anderen er heel sceptisch naar kijken. Wat is nu de wetenschappelijk basis van hoogsensitiviteit? Hoogsensitiviteit is een construct dat op wetenschappelijk vlak nog heel erg in zijn kinderschoenen staat.

Hoogsensitiviteit: wat is het?

Mensen verschillen van elkaar in hoe gevoelig ze zijn voor omgevingsinvloeden. Vroeger werd er vooral de focus gelegd op een gevoeligheid voor negatieve omgevingsinvloeden (bv. vroegere traumatische ervaringen). Zij die gevoeliger zijn voor negatieve omgevingen werden dan gezien als kwetsbare individuen. Echter, door de observatie dat mensen die gevoeliger zijn voor negatieve omgevingen, ook gevoeliger kunnen zijn voor positieve omgevingen (bv. een steunende opvoeding), spreekt men tegenwoordig eerder van een algemene gevoeligheid of sensitiviteit. Dit komt overeen met de metafoor van paardenbloem- en orchideetypes. Paardenbloemen zijn bloemen die overal gedijen, ongeacht de omstandigheden, terwijl orchideeën het heel goed doen in optimale omstandigheden, maar helemaal niet goed doen in minder optimale omstandigheden. Dit geldt ook voor individuen: zij die gevoeliger of sensitiever zijn zouden het minder goed doen dan andere individuen in stressvolle omgevingen, maar zouden ook net meer voordeel halen uit steunende omgevingen. Verschillen in gevoeligheid voor omgevingsinvloeden zijn niet enkel bij de mens observeerbaar, maar ook bij andere diersoorten zoals vissen, apen en vogels. Hoogsensitiviteit heeft dus mogelijk een evolutiebiologische verklaring.

Hoogsensitieve personen zouden een gevoeliger centraal zenuwstelsel hebben waardoor ervaringen makkelijker en diepgaander geregistreerd worden. Kenmerkend is dus een dieper niveau van informatieverwerking. Men vermoedt dat hoogsensitieve personen meer sensorische prikkels waarnemen waardoor zij in staat zijn om erg subtiele details in de omgeving op te merken zoals kleine veranderingen in kleuren, kleding of sfeer. Echter, net omdat hoogsensitieve personen meer prikkels waarnemen zouden zij vatbaarder zijn voor overweldiging, zeker bij blootstelling aan sterke sensorische prikkels zoals felle lichten, harde geluiden, of drukke omgevingen.

Onderzoekers Elaine Aron en Arthur Aron (foto) hebben het construct hoogsensitiviteit voor het eerst beschreven in 1997. Ondanks het feit dat hun bijdrage in de wetenschappelijke literatuur maar weinig weerklank vond, was de impact buiten de wetenschappelijke wereld enorm. Zo zijn er allerlei verenigingen opgericht (bv. HSP Vlaanderen) en heeft Elaine Aron heel wat populaire boeken geschreven zoals “De hoogsensitieve persoon” of “Het hoogsensitieve kind” die in gigantische oplagen verkocht worden. Aron en Aron beschrijven hoogsensitiviteit als een persoonlijkheidstrek (dus géén ziekte) met een genetische basis dat bij 20% van de bevolking zou voorkomen. Deze assumpties zijn al deels onderzocht bij volwassenen, maar in mindere mate bij kinderen.

Hoe wordt het gemeten?

Aron en Aron hebben in 1997 ook  “The Highly Sensitive Person” (HSP) scale ontwikkeld om hoogsensitiviteit te meten bij volwassenen. Deze vragenlijst bestaat uit 27 items en meet drie dimensies van hoogsensitiviteit. De eerste dimensie is “Exciteerbaarheid”, met name het gemak waarmee iemand overweldigd raakt als er bijvoorbeeld veel tegelijk gebeurt. De tweede dimensie is  “Lage zintuigelijke drempel”; ze verwijst naar het zich ongemakkelijk voelen bij blootstelling aan sterke sensorische prikkels zoals harde geluiden en felle lichten. De derde dimensie, tot slot, is “Esthetische sensitiviteit”, het oog hebben voor details en nuances in de omgeving zoals kleine veranderingen of fijne geuren en smaken. Voor kinderen en adolescenten is er onlangs door Michael Pluess en collega’s (Queen Mary University, London) een nieuwe vragenlijst ontwikkeld, de “Highly Sensitive Child (HSC) scale”, met dezelfde drie dimensies als de schaal voor volwassenen. De bovengenoemde vragenlijsten zijn instrumenten voor wetenschappelijk onderzoek; ze verschillen van de vragenlijsten in de gepopulariseerde boeken van Elaine Aron of de zelftests op het internet.

Hoogsensitiviteit als een persoonlijkheidstrek

Hoogsensitiviteit wordt gezien als een persoonlijkheidstrek en niet als een ziekte. Een persoonlijkheidstrek beschrijft relatief stabiele verschillen tussen mensen die het gedrag al van jongs af aan mede bepalen. Hoogsensitiviteit lijkt samen te hangen met klassieke persoonlijkheidstrekken, zoals deze van het vijffactorenmodel. Aron en Aron legden zelf heel expliciet de link met introversie (verlegenheid) en neuroticisme (gekenmerkt door angst, onzekerheid en negatieve gevoelens). Resultaten toonden aan dat hoogsensitiviteit samenhangt met introversie en neuroticisme, maar er niet mee samenvalt. Recenter onderzoek suggereert dat er best genuanceerder gekeken wordt naar deelaspecten van hoogsensitiviteit (exciteerbaarheid, lage sensorische drempel en esthetische sensitiviteit) en deelaspecten van persoonlijkheid en temperament. Immers, de deelaspecten van hoogsensitiviteit hebben verschillende associaties met de dimensies uit de persoonlijkheid- en temperamentliteratuur: exciteerbaarheid en lage sensorische drempel lijken veeleer samen te hangen met aspecten van negatieve affectiviteit (bv. neuroticisme), terwijl esthetische sensitiviteit verband houdt met aspecten van positieve affectiviteit (bv. extraversie, een persoonlijkheidstrek die verwijst naar energiek en sociaal zijn).

Waarmee hangt hoogsensitiviteit samen?

Een aantal onderzoekers die zich hebben toegespitst op het onderliggende mechanisme van hoogsensitiviteit, namelijk een diepere cognitieve verwerking. Zo zou hoogsensitiviteit geassocieerd zijn met een sterkere activatie in hersenregio’s die instaan voor de visuele verwerking, het bewustzijn, empathie en het verwerken van informatie over de emotionele toestand van anderen. Daarnaast hebben verschillende onderzoekers het verband tussen hoogsensitiviteit en allerlei uitkomstmaten onderzocht. Zo zou hoogsensitiviteit samenhangen met eenzaamheid, depressie, sociale angst, stress, burn-out, eet- en drinkproblemen, medisch onverklaarbare aandoeningen, en autisme symptomen, maar ook met betere uitkomsten op preventie- en interventieprogramma’s rond depressieve symptomen, pesten, en jeugddelinquentie. Echter, het meeste onderzoek heeft geen onderscheid gemaakt in de verschillende deelaspecten van hoogsensitiviteit en focuste vooral op negatieve uitkomsten. Vervolgonderzoek moet hier een genuanceerder beeld over geven.

Bestaan er verschillende types van sensitieve personen?

Verwacht wordt dat hoogsensitieve personen hoog scoren op de drie deelaspecten van hoogsensitiviteit: exciteerbaarheid, lage sensorische drempel, en esthetische sensitiviteit. In de wetenschap wordt er dus doorgaans geen onderscheid gemaakt in verschillende types van hoogsensitieve personen. Wel is het zo dat we kinderen, adolescenten en volwassenen mogelijks kunnen indelen naargelang de mate van sensitiviteit. Zo zouden we een onderscheid kunnen maken in laag sensitieve individuen (metafoor van paardenbloemen), gemiddeld sensitieve individuen (metafoor van tulpen, doen doorgaans goed doen, behalve in extreme omstandigheden) en hoog sensitieve individuen (metafoor van orchideeën). Deze drie groepen zouden mogelijks gekenmerkt zijn door verschillende onderliggende mechanismen en uitkomsten.

Besluit

Doorheen deze blog zijn we steeds heel voorzichtig geweest in het weergeven van de belangrijkste bevindingen. Dit is omdat het onderzoek naar hoogsensitiviteit nog heel erg in zijn kinderschoenen staat. Eigenlijk weten we nog niet goed wat hoogsensitiviteit nu juist is en met wat het samenhangt. Deze vragen moeten eerst beantwoord worden vooraleer we verdere  uitspraken kunnen doen over de titel van deze blog of voor we überhaupt tips kunnen geven over hoe met hoogsensitiviteit om te gaan.

Referenties

Acevedo, B. P., Aron, E. N., Aron, A., Sangster, M. D., Collins, N., & Brown, L. L. (2014). The highly sensitive brain: an fMRI study of sensory processing sensitivity and response to others’ emotions. Brain and Behavior, 4, 580-594. doi: 10.1002/brb3.242

Aron, E. N., Aron, A., & Jagiellowicz, J. (2012). Sensory Processing Sensitivity: A review in the light of the evolution of biological responsivity. Personality and Social Psychology Review, 16, 262-282. doi: 10.1177/1088868311434213

Aron, E. N., & Aron, A. (1997). Sensory-processing sensitivity and its relation to introversion and emotionality. Journal of Personality and Social Psychology, 73, 345-368. doi: 10.1037/0022-3514.73.2.345

Bakker, K., & Moulding, R. (2012). Sensory-Processing Sensitivity, dispositional mindfulness and negative psychological symptoms. Personality and Individual Differences, 53, 341-346. doi: 10.1016/j.paid.2012.04.006

Boterberg, S., & Warreyn, P. (2016). Making sense of it all: The impact of sensory processing sensitivity on daily functioning of children. Personality and Individual Differences, 92, 80-86. doi: 10.1016/j.paid.2015.12.022

Gearhart, C. C., & Bodie, G. D. (2012).). Sensory-processing sensitivity and communication apprehension: Dual influences on self-reported stress in a college student sample. Communication Reports, 28, 98-111. doi: 10.1080/10904018.2014.880867

Gerstenberg, F. X. R. (2012). Sensory-processing sensitivity predicts performance on a visual search task followed by an increase in perceived stress. Personality and Individual Differences, 53, 496-500. doi: 10.1016/j.paid.2012.04.019

Hofmann, S. G., & Bitran, S. (2007). Sensory-processing sensitivity in social anxiety disorder: Relationship to harm avoidance and diagnostic subtypes. Journal of Anxiety Disorders, 21, 944-954. doi: 10.1016/j.janxdis.2006.12.003

Jagiellowicz, J., Xu, X., Aron, A., Aron, E., Cao, G., Feng, T., & Weng, X. (2011). The trait of sensory processing sensitivity and neural responses to changes in visual scenes. Soc Cogn Affect Neurosci, 6, 38-47. doi: 10.1093/scan/nsq001

Lionetti, F., Aron, A., Aron, E., Burns, G. L., Jagiellowicz, J., & Pluess, M. (2017). Dandelions, tulips, and orchids: Evidence for the existence of low, medium, and high sensitive individuals in the general population. Manuscript submitted for publication.

Liss, M., Mailloux, J., & Erchull, M. J. (2008). The relationships between sensory processing sensitivity, alexithymia, autism, depression, and anxiety. Personality and Individual Differences, 45, 255-259. doi: 10.1016/j.paid.2008.04.009

Liss, M., Timmel, L., Baxley, K., & Killingsworth, P. (2005). Sensory processing sensitivity and its relation to parental bonding, anxiety, and depression. Personality and Individual Differences, 39, 1429-1439. doi: 10.1016/j.paid.2005.05.007

Pluess, M. (2015). Individual differences in environmental sensitivity. Child Development Perspectives, 9, 138-143. doi: 10.1111/cdep.12120

Pluess, M., Assary, E., Lionetti, F., Lester, K. J., Krapohl, E., Aron, E., & Aron, A. (2017). Environmental sensitivity in children: Development of the Highly Sensitive Child scale and identification of sensitivity groups. Manuscript submitted for publication.

Pluess, M., & Boniwell, I. (2015). Sensory-Processing Sensitivity predicts treatment response to a school-based depression prevention program: Evidence of Vantage Sensitivity. Personality and Individual Differences, 82, 40-45. doi: 10.1016/j.paid.2015.03.011

Pluess, M., Boniwell, I., Heffron, K., & Tunariu, A. Evaluation of a school-based resilience-promoting intervention in a high-risk population: An exploratory mixed-methods trial. Manuscript submitted for publication. .

Smolewska, K. A., McCabe, S. B., & Woody, E. Z. (2006). A psychometric evaluation of the Highly Sensitive Person Scale: The components of sensory-processing sensitivity and their relation to the BIS/BAS and “Big Five”. Personality and Individual Differences, 40, 1269-1279. doi: 10.1016/j.paid.2005.09.022

Van Bael, B., & Bijttebier, P. (2016). Hoogsensitiviteit een beloftevol nieuw construct of oude wijn in nieuwe zakken? Tijdscrift voor orthopedagogiek. Kinderpsychiatrie en kinderpscyhologie, 41, 51-58.

Weyn, S., Van Leeuwen, K., Pluess, M., Lionetti, F., Goossens, L., Claes, S., . . . Bijttebier, P. (2017). Psychometric properties of the highly sensitive child scale across age groups, gender, and countries. Manuscript in preparation.

Advertenties

Een gedachte over “Hoogsensitiviteit: Een beloftevol nieuw concept of oude wijn in nieuwe zakken?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s