Conflictueuze leraar-leerlingrelaties en de rol van sociale informatieverwerking: “Diegene die een keiharde pik had op jou”

Bij toeval kwam ik op newsmonkey.be terecht. Daar vond ik het leerkracht-type “diegene die een keiharde pik had op jou”. Het is nummer 24 van de 25 types die wij, volgens newsmonkey, allemaal gehad hebben. Misschien is dat waar en hebben we allemaal een type 24 gehad. Maar het kunnen ook foutieve interpretaties van leraargedrag zijn die leiden tot de onaangename vaststelling dat jouw leerkracht de pik op jou heeft. Sommige kinderen komen eerder tot zulke vaststellingen dan andere kinderen. Dat heeft te maken met de manier waarop ze sociale informatie verwerken. Over sociale informatieverwerking en de kwaliteit van de leraar-leerlingrelatie ging ons onderzoek.

Wat is de rol van sociale informatieverwerkingsprocessen van leerlingen in relaties met leerkrachten?

Stel je eens voor dat een leerling iets aan de leerkracht  vraagt, maar de leerkracht reageert niet…

… Voelt de leerling zich vooral boos? Of eerder onzeker? Hoe sterk is die emotie? (emotionele arousal)

… Is de leerling geneigd het gedrag van de leerkracht te verontschuldigen:  “Het is ook zo lawaaiig in de klas, de meester heeft mij vast niet gehoord” ? Of heeft de leerling het idee dat hem of haar opzettelijk onrecht wordt aangedaan: “De meester negeert mij gewoon” ? (interpretatie of attributie)

… Hoe zal de leerling vervolgens reageren? Is de leerling vooral geneigd tot pogingen om de relatie te herstellen of te verbeteren? Of zal de leerling eerder zijn gevoel van onrecht vergelden door oppositioneel (storend, opstandig, brutaal) gedrag? (doelselectie en gedragsselectie)

Het onderzoek

Om dit te onderzoeken hebben we een nieuwe vragenlijst ontworpen. Leerlingen werden gevraagd naar hun reacties op ambigue gedrag van fictieve leerkrachten. Het gaat daarbij steeds om situaties waarin de reden voor het gedrag van de leerkracht onduidelijk is. Bijvoorbeeld:

Het is donderdagmiddag. De juf [meester] legt een moeilijke rekensom uit aan de klas. Chris kan niet goed luisteren, omdat Tjibbe fluisterend vertelt over het hondje die hij voor zijn verjaardag heeft gekregen. Chris fluistert terug dat hij ook graag een hondje wil. De juf kijkt Chris aan en zegt dat hij nu stil moet zijn. Tegen Tjibbe zegt ze niets. Stel jij bent Chris: hoe zou je je voelen?

In totaal deden 302 basisschoolleerlingen tussen de 9 en 12 jaar mee aan het (cross-sectionele) onderzoek. Hieronder een (vereenvoudigde) samenvatting van de meest opvallende resultaten:

Juffrouw Bulstronk (Roald Dahl)
    • Agressieve kinderen: (a) waren eerder geneigd om het gedrag van de leerkracht te interpreteren als intentioneel negatief (vijandige attributie) en (b) kozen eerder voor een oppositionele reactie.
    • Kinderen met een nabije relatie met hun leerkracht: (a) werden minder snel boos, (b) waren minder geneigd het gedrag van de leerkracht als opzettelijk of negatief/vijandig te interpreteren, maar eerder geneigd het gedrag te verontschuldigen (per ongeluk), (c) vonden het belangrijk de relatie goed te houden, en (d) kozen eerder voor een prosociale reactie en minder voor een oppositionele reactie
    • Kinderen met een conflictueuze relatie met hun leerkracht: (a) werden sneller boos, (b) waren meer geneigd het gedrag van de leerkracht als opzettelijk of negatief/vijandig te interpreteren, en minder geneigd het gedrag te verontschuldigen (per ongeluk), (c) vonden het minder belangrijk de relatie goed te houden, en (d) kozen eerder een oppositionele reactie
    • Kinderen met een afhankelijke relatie met hun leerkracht: (a) werden sneller boos, maar rapporteerden ook meer onzekerheid, (b) waren meer geneigd het gedrag van de leerkracht als opzettelijk of negatief/vijandig te interpreteren en minder geneigd het gedrag te verontschuldigen (per ongeluk), (c) vonden het minder belangrijk de relatie goed te houden, en (d) kozen eerder een oppositionele reactie. Maar de verbanden voor (c) en (d) waren minder sterk dan voor conflictueuze relaties. Waarschijnlijk komt dit doordat kinderen met een afhankelijke relatie meer gevoelens van onzekerheid ervaren en deze onzekerheid (i.t.t. boosheid) hangt eerder samen met het nastreven van een goede relatie dan met de intentie om de relatie (verder) te beschadigen.

Samenvattend suggereert het onderzoek dat emotionele arousal (boosheid)foutieve (vijandige) interpretaties van leraargedrag, en inadequate responsen (de relatie verder beschadigen door oppositioneel gedrag) een rol spelen in het ontstaan en/of voortduren van problematische leraar-leerlingrelaties.

Het goede nieuws

Het goede nieuws is dat deze denkpatronen en responsen doorbroken kunnen worden. Er zijn interventieprogramma’s (SPRINT; Ik kies voor zelfcontrole; …) die kinderen helpen om inzicht te verwerven in hun denkpatronen en responsen om deze te veranderen.

 


 

Onderzoeksartikel:

Het onderzoek is recentelijk gepubliceerd in European Journal of Developmental Psychology:

Spilt, J. L. (2019). Children’s social information processing in ambiguous situations with teachers: A measure development study. European Journal of Developmental Psychology. Doi: 10.1080/17405629.2019.1699402

In het artikel wordt vooral ingegaan op de psychometrische kwaliteit van de vragenlijst. De eerste 50 lezers kunnen hier een gratis kopie downloaden. De auteursversie van het manuscript kunt is hier te vinden.

Verder lezen:

Referenties:

  • Crick, N. R. & Dodge, K. A. (1994). A review and reformulation of social-information-processing mechanisms in children’s social adjustment. Psychological Bulletin, 115, 74-101.
  • Dodge, K. A., & Price, J. M. (1994). On the relation between social information processing and socially competent behavior in early school-aged children. Child Development, 65(5), 1385-1397.
  • Lemerise, E. A., & Arsenio, W. F. (2000). An integrated model of emotion processes and cognition in social information processing. Child Development, 71, 107-118.
  • Liber, J.M. Koomen, H.M.Y., Willemen, A., De Boo, G.M., & Prins, P.J.M. (in voorbereiding). School-based child-focused group intervention for disruptive behavior problems: The role of teacher characteristics. https://www.nji.nl/nl/Download-NJi/Werkblad/Uitgebreide-beschrijving-Ik-kies-voor-zelfcontrole.pdf
  • Samson, J. E., & Wehby, J. H. (2019). Children’s attributions about teachers’ intentions. Psychology in the Schools, 56(2), 220-231.
  • Wyatt, L. W., & Haskett, M. E. (2001). Aggressive and nonaggressive young adolescents’ attributions of intent in teacher/student interactions. The Journal of Early Adolescence, 21(4), 425-446.

Dankwoord:

We bedanken de studenten van de VU Amsterdam en de UvA voor hun bijdrage aan het onderzoek en de ontwikkeling van de vragenlijst. We bedanken de leerkrachten en leerlingen voor hun deelname aan het onderzoek.

Tekeningen:

De tekeningen komen uit het boek Matilda van Roald Dahl. (En ja, Juffouw Bulstronk had zonder twijfel de pik op Matilda)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s